FAQ: Veelgestelde Vragen

CONTACT

Singer België
Befrako N.V.
KMO Zone Molenheide 40813520 Zonhoven

Tel. +32 (0)11 82 37 97
Fax. +32 (0)11 82 37 98
E-mail: info@singer.be

Contacteer ons

FAQ - (Questions Fréquentes)

NAAIMACHINE: De verschillende delen van een naaimachine

Hieronder vindt u de verschillende delen van een naaimachine

 


 

SSA - Singer Sewing Assistant (Hulp voor beginners)

De "Singer Sewing Assistant" is een interessante, online hulp (in het Engels) voor beginners.

→ link naar de Singer Sewing Assistant


 

SSA (Singer Sewing Assistant)


 

Je vindt er - naast machine- en product informatie - ook heel aanschouwelijke tutorials over hoe je:

  1. Een bobijn opwindt (wind the bobbin);
  2. Een bobijn inbrengt (insert the bobbin);
  3. Een naaimachine inrijgt (threading the machine);
  4. Een draad opwindt op een bobijn (Drawing up bobin thread);
  5. Een steek kiest (How to select a stitch);
  6. de steeklengte aanpast (Adjust stitch length);
  7. de steekbreedte aanpast (Adjust stitch width);
  8. e de bovenste draadspanning aanpast (Adjust upper thread tension);
  9. een naald vervangt (Changing needles);
  10. een persvoet vervangt (Change the presser foot).

Daarnaast is er ook een handig overzicht met uitleg over de verschillende accessoires van een naaimachine.

 

NAAIMACHINE: 01 - Veel voorkomende manipulatiefouten met hun oorzaak & oplossing

Beste Singer liefhebber,

Vaak liggen manipulatiefouten aan de oorsprong van het niet functioneren van uw naaimachine.

Via deze link vind je een lijst van de meest voorkomende manipulatiefouten: Overzicht manipulatiefouten.

Veel succes !

 

Singer Atelier

NAAIMACHINE: 02 - Hoe vaak en hoe moet ik mijn naaimachine schoonmaken?

Lees eerst de handleiding van je naaimachine en kijk wat de fabrikant aanraadt. Je vindt de gebruiksaanwijzing op de Singer website (www.singer.be).

  • Trek de stekker van de naaimachine uit het stopcontact voor je begint met het onderhoud;
  • Haal de boven- en onderdraad uit de machine;
  • De buitenkant van de machine kun je afnemen met een licht vochtig microvezel doekje. Gebruik zeker geen natte doeken, want water kan je machine onherstelbaar beschadigen.
  • Maak het spoelhuis na gemiddeld 3 uur naaien schoon met het kwastje dat bij de naaimachine zit.

Veel succes!

Uw Singer Team

NAAIMACHINE: 03 - Wanneer en hoe moet ik een groot onderhoud doen?

(na ongeveer 20 uur naaien)

1. Bij een machine met een staand spoelhuis:

    • Open je de klep waarachter het spoeltje zit en verwijder je het spoelhuis door het lipje naar je toe te trekken.
    • Trek een oude panty over de stofzuigerslang of gebruik een (smaller) opzetstuk zodat je niet per ongeluk kleine stukken van de naaimachine opzuigt en stofzuig.
    • Je kunt ook een bus met perslucht gebruiken waarop een fijn spuitmondje staat en het stof wegblazen uit het spoelhuis.
    • Maak het spoelhuis schoon met een wattenstaafje.
    • Haal de rest van het spoelhuis uit elkaar en maak het schoon met een wattenstaafje.
    • Onder de naaldplaat van een machine met een staand spoelhuis kan zich ook veel stof verzamelen. Schroef het plaatje los en neem het weg.
    • Spuit het schoon met een spuitbus met lucht onder hoge druk of stofzuig met een oude panty over de stofzuigerbuis.
    • Maak het plaatje eventueel schoon en maak het weer vast.

 

2. Bij een machine met een platliggend spoelhuis:

    • Verwijder je het naaivoetje en de naald.
    • Schroef de naaldplaat los en verwijder ze.
    • Borstel vuil en stof weg bij de grijper.
    • Gebruik eventueel een bus met perslucht of een stofzuiger waarover je een panty getrokken hebt.
    • Zet alles weer terug.

Veel succes!

Uw Singer Team

NAAIMACHINE: 04 - Wanneer en hoe doe ik olie in de naaimachine

  • Na ongeveer 3 tot 5 uur naaien, verwijder je de pluisjes en de draadresten uit het spoelhuis. Die onttrekken namelijk olie aan je naaimachine. Gebruik het speciale kwastje dat bij je naaimachine hoort.
  • Voor een grondige reiniging van het spoelhuis, zie de vorige vraag.
  • Doe een druppeltje speciale naaimachineolie op de plaats waar metalen delen langs elkaar bewegen.
  • Laat de machine even lopen om de olie te verspreiden. Veeg eventueel gemorste druppeltjes weg.
  • Stik een paar keer op een absorberend stuk stof (bijvoorbeeld flanel) zodat de olie zich kan verspreiden. De eerste steken kunnen nog vies zijn.
  • Leg een stukje stof onder de persvoet als je de machine opbergt en draai de naald in de stof met het handwiel. Het teveel aan olie kan op het doekje druppelen.
  • Gebruik je heel fijne, dure stof? Stik dan eerst iets anders voor je daarmee aan de slag gaat.

Veel succes!

Uw Singer Team

NAAIMACHINE: 05 - Hoe naai je rekbare stof?

Tricot, stretchstof en jersey zijn niet de gemakkelijkste stoffen om te verwerken.

Je verwerkt ze het best met een overlock machine, maar met een gewone naaimachine kom je ook al een heel eind als je een paar zaken in acht neemt.Gebruik altijd stretch- of ballpointnaalden als je met rekbare stof werkt. Die hebben een rondere punt en beschadigen de stof niet.

  • Met een gewone stiksteek loop je het risico dat na het naaien de draad breekt als de stof rekt.
  • Daarom zitten op heel wat machines speciale ‘stretchsteken’. Je machine naait dan enkele steken vooruit en een steek achteruit, zodat de naad sterker wordt.

Heb je geen stretchsteken op je naaimachine?

  • Stik dan in een heel ­ flauwe zigzagsteek.
  • Zorg dat je de stof alleen maar geleidt tijdens het naaien. Als je eraan trekt, krijg je uitgerekte naden en dat is niet mooi.
  • Gebruik ook voldoende speldjes om alles aan elkaar te spelden zonder aan de stof te trekken.

Soms is het handig om een naadband op te strijken waarop je dan stikt. Deze band kun je niet verwijderen en op die plaatsen rekt de stof ook niet meer.

Gebruik een tweelingnaald om de zomen af te werken eventueel.

Veel succes!

Uw Singer Team

NAAIMACHINE: 06 - Hoe berg je jouw naaimachine het beste op?

  • Dek de machine altijd af met een speciale beschermhoes wanneer je ze niet gebruikt zodat er zo weinig mogelijk stof op komt.
  • Leg een stukje stof onder het voetje en laat het voetje dan naar beneden. Zo spaar je de veer van de voethevel. Het lapje stof zorgt er ook voor dat de tandjes van de transporteur het voetje niet beschadigen.
  • Na het oliën kan het lapje ook eventueel overtollige olie opnemen.

Veel succes!

Uw Singer Team

NAAIMACHINE: 07 - De naaimachine stikt geen gelijkmatige steken of stikt lussen. Wat is er aan de hand?

De spanning is niet goed
  • De spanning van de bovendraad moet aangepast zijn aan de dikte van de stof.
  • We raden je daarom aan om altijd een proeflapje in dezelfde stof te stikken voor je begint met het echte werkstuk. Kies je steeklengte en vouw het lapje stof dubbel.
  • Naai het aan elkaar en controleer of de steken boven- en onderaan hetzelfde zijn.

 Ongelijkmatige steken

a. Normale spanning voor een rechte steek.

b. De spanning is te laag voor een rechte steek. → Draai de knop naar een hoger cijfer.

c. De spanning is te hoog voor een rechte steek. → Draai de knop naar een lager cijfer.

d. Normale spanning voor een zigzagsteek en voor decoratieve steken. → De bovendraad is een beetje zichtbaar aan de onderzijde van de stof.

Alleen bij machines met het spoelhuis vooraan kun je ook de onderspanning aanpassen. Neem het spoeltje uit het spoelhuis en draai met een schroevendraaier het schroefje een beetje naar links. Zo wordt de spanning strakker. Doe een spoeltje met draad in het spoelhuis en houd het vast aan de draad. Het spoeltje moet blijven hangen.

Inrijgen

 Lussen aan de onderkant
  • De bovenspanning is te laag. Zet naar een hoger (= vaster) nummer.
  • De bovendraad is verkeerd ingeregen en zit niet tussen de spanningsschijf. Rijg de draad opnieuw in.
  • Er zit vuil tussen de bovenspanning waardoor ze onvoldoende sluit. Ga met een oude naald tussen de spanningsplaatjes of blaas krachtig tussen de plaatjes om het vuil te verwijderen.
Lussen aan de bovenkant
De bovenspanning is te hoog.
  • Zet naar een lager (= losser) nummer.
  • Het spoeltje zit verkeerd in het spoelhuis en draait in de verkeerde richting.
  • Zet het spoeltje correct in het spoelhuis.
De spoeldraadspanning is te los of er zit vuil tussen de spanning van het spoelhuis.
  • Zet de spanning vaster door het schroefje naar rechts te draaien of ga met een naald tussen de spanning door en blaas krachtig om het vuil te verwijderen.
  • Heeft je machine een platliggend spoelhuis? Ga dan even langs bij de vakhandel.
De naald moet worden vervangen
  • Misschien is je naald bot of gebruik je de verkeerde naald.
  • Vervang de naald en zorg dat de platte kant naar achteren zit.
  • Blijft je machine lussen? Waarschijnlijk zit er dan vuil in en moet je ze schoonmaken (zie de vraag hiervoor).

Veel succes!

Uw Singer Team

NAAIMACHINE: 08 - Waarom breekt een draad tijdens het naaien?

Slechte kwaliteit garen
  • Koop altijd garen van goede kwaliteit dat is aangepast aan de stof.
  • Controleer het door het tegen het licht te houden.
  • Garen met veel pluisjes is van slechte kwaliteit.
  • Gebruik ook geen te oud garen.
  • Dat kan vergaan zijn.
Gebruik hetzelfde garen op spoel en klos
  • Draadbreuk kan ook te wijten zijn aan een verschillend garen op spoel en klos. Gebruik dus altijd hetzelfde garen boven- en onderaan.
  • Draadbreuk kan ook te wijten zijn aan een verschillend garen op spoel en klos. Gebruik dus altijd hetzelfde garen boven- en onderaan.
Verkeerde of kapotte naald

Een naald moet aangepast zijn aan de stof. Gebruik:

    • een universele naald voor gewoon katoen,
    • een J- of H-J-naald voor jeansstof,
    • een speciale naald voor leer,
    • een ballpointnaald voor tricot of gebreide stof,
    • een microtexnaald voor zijde en microweefsels,
    • een speciale naald om te quilten of te borduren.

Stop gebruikte naalden niet terug in het doosje, maar speld ze op een lapje stof of dun sponsje waarop staat aangeduid welke naald het is.

Het is ook mogelijk dat je naald een scherp ‘braampje’ heft dat de draad doorsnijdt. Doe dan een nieuwe naald in de machine.

Verkeerd opgespoeld
  • Het is mogelijk dat de draad breekt omdat het garen niet goed op de spoel is gewonden.
  • Steek de draad door het gaatje boven in het spoeltje en houd hem vast terwijl de machine draad om het spoeltje wikkelt. Het losse draadje bovenaan knip je af.
Verkeerde draadspanning
  • Controleer of de bovenspanning niet te strak is en zet ze indien nodig wat losser.
Beschadigde steekplaat
  • Controleer of de steekplaat niet beschadigd is.
  • Vervang ze als dat wel zo is.
  • Je kunt met een fijn stukje schuurpapier eventuele braampjes aan het naaldgat op de naaldplaat ook wegschuren.

NAAIMACHINE: 09 - Waarom breekt een naald tijdens het naaien?

Verkeerde naald
  • Gebruik altijd de juiste naald voor de juiste soort stof (zie vorige vraag).
  • Controleer ook of de naald niet te dun is voor de soort stof.
  • Vervang ze eventueel door een dikkere naald.
  • Kijk na of de naald niet bot of krom is. Vervang ze als dat het geval is.
De naald is verkeerd ingezet
  • De naald kan breken als ze te laag is ingezet.
  • Maak ze los en zet ze in op de juiste hoogte.
  • Draai de naaldklemschroef altijd voldoende los om de naald tot boven in de naaldklem te steken.
Je begeleidt de stof niet goed
  • Door te veel te trekken of te duwen aan de stof, kun je de naald op de steekplaat verbuigen en zelfs breken.
  • Laat daarom de machine de stof transporteren en begeleid zelf de stof zachtjes met je linkerhand.
Het spoelhuis zit verkeerd

Steek het opnieuw in en druk op de as tot het vastklikt.

NAAIMACHINE: 10 - Wat moet ik doen als mijn naaimachine een vreemd geluid maakt?

  • Het is mogelijk dat je machine een schoonmaakbeurt nodig heeft en/of dringend moet worden gesmeerd (zie vorige vragen).
  • Daarnaast is het mogelijk dat de naald beschadigd is. Vervang in dat geval de naald.
  • Breng je naaimachine naar de winkel voor een grote onderhoudsbeurt als het geluid niet verdwijnt of de machine stroef blijft lopen

NAAIMACHINE: 11 - Wat moet ik doen als het handwiel aan de rechterkant vast zit?

Spoelwinder
  • Kijk na of de spoelwinder nog op opspoelen staat.
  • Klik hem naar links als dat het geval is en controleer of het handwiel nu wel draait.
  • Soms moet je het een paar keer doen en eindigen met de spoelwinder naar links.
Vuil
    • Controleer of er vuil of een restje garen in de grijper zit en verwijder het.
    • Bij een grijper/spoelhuis vooraan, neem je eerst het spoelhuis en dan de grijper uit de machine.
    • Dan maak je alle onderdelen schoon en smeer je ze eventueel.

NAAIMACHINE: 12 - Waarom gaat de naald wel op en neer, maar vormen er zich geen steken?

Verkeerd ingeregen
  • Controleer of de draad correct ingeregen is.
  • Als de draad niet door de draadhevel zit, zal de machine niet stikken.
Leeg spoeltje
  • Zit er nog garen op het spoeltje?
  • Als dat niet het geval is, zullen er geen steken gevormd worden.

NAAIMACHINE: 13 - De machine draait, maar de naald gaat niet op en neer. Wat is er aan de hand?

Verkeerde stand
  • Kijk na of de machine niet op de stand staat om een spoeltje op te winden.
  • Zet ze indien nodig in de juiste stand.
V-snaar
  • Het is ook mogelijk dat er iets is met de V-snaar.
  • Breng je machine dan naar een reparateur.

NAAIMACHINE: 14 - Waarom komt het garen los bij het begin en aan het einde van mijn stikwerk?

  • Bij het begin en het einde van een stikwerk moet je de achteruitnaaiknop gebruiken om het garen goed vast te zetten.
  • Stik eerst een paar steken vooruit, stik dan drie tot vier steken terug met de achteruitnaaiknop.
  • Stik dan gewoon verder. Doe hetzelfde aan het einde.

NAAIMACHINE: 15 - Waarom naait de machine rechtdoor hoewel ze toch op zigzag staat?

  • Staat de knop voor de steekbreedte nog op 0?
  • Zet hem dan op een hoger cijfer.
  • Het is ook mogelijk dat de machine steken overslaat omdat je naald krom is.
  • Vervang de naald.

NAAIMACHINE: 16 - Waarom lijkt mijn naaimachine steken over te slaan?

Er zijn problemen met de naald
  • Controleer ten eerste of de naald goed is ingezet en of je de juiste naald voor de juiste soort stof gebruikt (zie vorige vraag).
  • Kijk ook na of de naald niet krom of bot is.
De machine is verkeerd ingeregen
  • Rijg de machine helemaal opnieuw in.
De machine is vuil
  • Maak de machine schoon (zie de eerste vraag op p. 83) en verwijder eventueel restjes draad uit de spanningsbaan.
De grijper is verschoven waardoor de timing verkeerd staat
  • Dat kan gebeuren als de machine geblokkeerd was.
  • Je brengt ze best naar de vakhandel voor nazicht.

NAAIMACHINE: 17 - Hoe komt het dat de naaimachine de stof niet transporteert?

Braam op de naaldplaat
  • Het is mogelijk dat er een ‘braampje’ (oneffenheid) op de naaldplaat zit waardoor de stof blijft  steken.
  • Je kunt proberen het braampje weg te krijgen met een stukje schuurpapier of de naaldplaat vervangen.
De transporteur is naar beneden
  • Kijk na of de transporteur (het bewegende deel onder het voetje) wel omhoog staat.
De timing van de transporteur is verschoven
  • Breng je machine naar de vakhandel voor nazicht.

NAAIMACHINE: 18 - Waarom rimpelt het stikwerk en trekken de naden samen?

Verkeerde naald
  • Controleer of de naald niet te dik is voor de stof en kies een dunnere naald.
Verkeerde steeklengte
  • Het is mogelijk dat de steeklengte niet klopt.
  • Probeer op een proefl apje of het beter lukt met een andere steeklengte.
Verkeerde draadspanning
  • De draadspanning is te hoog.
  • Verlaag de draadspanning.

NAAIMACHINE: 19 - Als ik begin te naaien met de naaimachine, wordt het eerste stukje stof naar binnen ‘gezogen’ en zit dan vast?

Hoe kan ik dat voorkomen?
  • Leg de stof voorbij het persvoetje en begin dan pas te naaien.
  • Gebruik de achteruitnaaiknop om terug te gaan.
  • Naai tot aan het begin van de stof en dan weer vooruit.

NAAIMACHINE: 20 - Hoe vervang ik de naald van mijn naaimachine?

  • Soms is je naald bot, krom of beschadigd en dat kan problemen veroorzaken tijdens het naaien.
  • Het is ook mogelijk dat je een andere naald gebruikt voor een bepaalde soort stof (bijvoorbeeld jeans of stretch) of een techniek (bijvoorbeeld een tweelingnaald om een boord af te werken).
  • Gebruik voor het beste resultaat altijd originele Singer-naalden op een Singer-naaimachine.

 

    1. Schakel de stroom altijd uit als je de naald vervangt.
    2. Draai de schroef van de naaldklem los en verwijder de naald die in de naaimachine zit. (a)
    3. Breng een nieuwe naald aan met de platte kant naar achteren. (b)
    4. Duw de naald zo hoog mogelijk in de naaldklem en draai de schroef weer vast (c).

Naalde inzetten

NAAIMACHINE: 21 - Moet je een naaimachine volledig uitschakelen om een naald te verwisselen?

  • Als je de machine schoonmaakt, haal je de stekker uit het stopcontact.
  • Voor kleinere zaken zoals het wisselen van de naald, het wisselen van het persvoetje, het inrijgen (tenzij de machine automatisch inrijgt) of het verwijderen van het spoeltje, gebruik je de aan/ uitknop.

NAAIMACHINE: 22 - Waarom naait mijn naaimachine niet?

Waarom naait mijn naaimachine niet?

  1. Controleer of de stekker in het stopcontact zit.
  2. Controleer of de naaimachine aan staat met de aan/uitknop.
  3. Controleer of de spoelwinderas niet naar rechts staat. Als dat het geval is, naaien bepaalde machines niet.
  4. Controleer of het draaiwiel niet losgezet is (opdat de naald niet zou bewegen tijdens het opwinden van het spoeltje). Je moet het draaiwiel terug in naaistand zetten.

NAAIMACHINE: 23 - Waarvoor dienen de verschillende voetjes bij mijn naaimachine?

Er worden standaard een aantal persvoetjes bij je naaimachine geleverd.
Meestal zijn dat het standaardpersvoetje, het ritsvoetje en eventueel een knoopsgatsledevoetje. De andere voetjes kun je bij de professionele naaiwinkel kopen. Niet elk ritsvoetje past op elke naaimachine.  Controleer de handleiding van je machine om te zien welke naaivoetjes je kunt gebruiken. Kies bij voorkeur voor een naaivoetje van hetzelfde merk als je naaimachine. Zet de stroom van je naaimachine uit als je het naaivoetje verandert.
 

Standaardpersvoetje
Dit is het persvoetje dat standaard bij de machine geleverd wordt en dat je voor alle ‘gewone’ naaiwerk kunt gebruiken.
Ritsvoetje
Met een ritsvoetje kun je vlak naast de rits stikken. Je zet de naald links of rechts van het middenstuk. Er bestaan ook speciale blinderitsvoetjes om een blinde rits in te naaien.
 
Knoopsgatsledevoetje
Een knoopsgatsledevoetje laat toe om je knoopsgat volledig automatisch te stikken. Je stelt de grootte van het knoopsgat in en de naaimachine doet de rest. Zo zijn je knoopsgaten allemaal identiek aan elkaar.
 
Knoopaanzetvoetje
Een knoopaanzetvoetje is een speciaal voetje om knopen, drukknopen en ogen vast te naaien met de machine. Je kunt er ook decoratie mee aanbrengen zoals pailletten en strikjes.
 
Quiltvoetje
Dit voetje laat je toe om comfortabel te contour- en meanderquilten. Door de verticale veer komt de stof niet omhoog en wordt ze stevig op het werkblad geduwd. De stof blij_ plat liggen en wordt met een gelijkmatige steek vastgenaaid.
 
Overlockvoetje
Een overlockvoetje laat toe om overlocknaden en -zomen te naaien en zo een eenvoudige naad af te werken.
 
Rolzoomvoetje
Met een rolzoomvoetje naai je platte, nauwe zomen in dunne tot middelzware stof zonder ze eerst te moeten instrijken.
 
Blindzoomvoetje
Een blinde zoom is een onzichtbare zoom. Met een speciaal blindzoomvoetje zijn de plaatsen waar de naald in de stof steekt, aan de voorkant zo goed als onzichtbaar.
 
Cordonvoetje
Met dit voetje kun je koord of lint boven op de stof naaien. De groeven aan de onderzijde van de voet zorgen dat de koord, draden of het lint mooi samen blijven. Met de zigzagsteek bevestig je de draden op de stof.
 
Stop-/borduurvoetje
Een borduurvoetje laat toe om decoratieve steken en applicaties te naaien en open festonsteken te maken. Je kunt er ook kleine gaatjes mee stoppen. Een borduurring waarin je het werk opspant, maakt het stoppen gemakkelijker en geeft een beter resultaat.
 
Boventransportvoetje
Dit type voetje is vooral gemakkelijk om moeilijk transporteerbare stoffen te naaien. Een nadeel is dat je de naald minder goed ziet met dit bredere voetje. Deze voetjes zorgen voor een gelijk transport van twee stoflagen. Dat is bijvoorbeeld belangrijk als je ruitjes- of streepjesstoffen gebruikt die perfect moeten overeenkomen. Ook om zware stoffen (jeans) of heel dunne stoffen (voile, satijn) te naaien is het handig.
 
Rimpelvoetje
Een rimpelvoetje rimpelt de stof en naait ze meteen op gladde stofdele
 

OVERLOCK: 01- De verschillende delen van een overlockmachine

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 105]

 

 

OVERLOCK: 02 - Problemen oplossen bij een OVERLOCK

OVERLOCK: 03 - Wat zijn de voordelen van een overlockmachine ten opzichte van een gewone naaimachine?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 105]

Een overlockmachine kan veel sneller naaien dan een gewone naaimachine. Bovendien hoef je niet zo vaak een spoel te vervangen, want op de spoelen zit aardig wat draad. De meeste overlockmachines zijn bovendien uitgerust met messen die de stofresten bij de naad afsnijden. Met een overlockmachine kun je een naad perfect afwerken zodat hij niet meer gaat rafelen. Het is ook de uitgelezen machine om rolzomen te naaien.

OVERLOCK: 04 - Hoe werkt een overlockmachine precies?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 105]

De meeste overlockmachines hebben vier klossen garen. Drie draden zorgen voor de kantafwerking en de vierde draad naait een kettingsteek die de dragende draad vormt. Je gebruikt dus twee, drie, vier of vijf draden tegelijkertijd. De meest gebruikte machines zijn drie- of vierdraadsoverlockmachines. Je werkt ook met twee naalden en twee of drie grijpers. Dat maakt het werken met een overlock wat onoverzichtelijker dan met een gewone naaimachine.

OVERLOCK: 05 - Hoe weet ik welke draadspanning ik moet kiezen voor mijn overlockmachine?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 105]

De tabel hieronder is een goede richtlijn om de draadspanning af te stellen. Houd er rekening mee dat de spanning altijd moet worden aangepast aan de gebruikte stof en het type draad. Je doet dit best in kleine stappen voor het beste resultaat.

OVERLOCK: 06 - Hoe verwijder ik de naalden van een overlockmachine?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 105]

  1. Trek de stekker van de machine altijd eerst uit het stopcontact.
  2. Draai het handwiel naar je toe tot de naald in de hoogste stand staat.
  3. Draai de naaldklemschroef los met een kleine schroevendraaier, maar laat de schroef zitten.
  4. Verwijder de naald.

OVERLOCK: 07 - Hoe zet ik naalden in een overlockmachine?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 108]

  1. Houd de naald zo vast dat de platte kant naar de achterzijde van de machine wijst.
  2. Steek de naald zo ver mogelijk in de naaldklem.
  3. Draai de naaldklemschroef stevig aan.

OVERLOCK: 08 - Hoe rijg ik de bovendraad van de bovengrijper in?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 108]

  1. Haal de draad van achteren naar voren door de draadgeleider (1)
  2. Rijg de bovenste draadgeleider in door de draad omlaag te trekken tot hij onder de draadgeleider (2) glijdt.
  3. Houd de draad tussen je vingers en trek hem goed tussen de spanningsschijven (3).
  4. Rijg de grijperdraad in door de in oranje gecodeerde draadgeleiders (4) (5) (6)  tot (7)  te volgen.
  5. Rijg het grijperoog (8) in van voren naar achteren met behulp van het bijgeleverde pincet.
  6. Trek ongeveer 10 cm draad door het grijperoog en leg hem naar achteren onder het voetje door.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

OVERLOCK: 09 - Hoe rijg ik de ondergrijper in?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 110]

  1. Haal de draad van achteren naar voren door de draadgeleider (1).
  2. Rijg de bovenste draadgeleider in door de draad omlaag te trekken tot hij onder de draadgeleider (2) glijdt.
  3. Houd de draad tussen je vingers en trek hem goed tussen de spanningsschijven (3).
  4. Draai het handwiel naar je toe tot de ondergrijper uiterst rechts staat.
  5. Rijg de grijperdraad in door de in geel gecodeerde draadgeleiders (4) (5) (6) tot (7) te volgen met behulp van het bijgeleverde pincet.
  6. Trek met het pincet ongeveer 4 cm draad door de draadgeleider (7).
  7. Breng het garen met de punt van het pincet naar links richting draadgeleider (8).
  8. Trek de draad omhoog en in de draadgeleider (8).
  9. Trek de draad naar achteren en over de bovenkant van de linkergrijper (9A).
  10. Trek de draad voorzichtig naar beneden zodat hij in de gleuf van de grijper (9B) glijdt.
  11. Haal de draad door het oog van de grijper (10).
  12. Controleer of de draad in de gleuf van de ondergrijper zit.
  13. Trek ongeveer 10 cm draad door het grijperoog en leg hem naar achteren onder het voetje door.

 

 

 

 

 

 

 

 

OVERLOCK: 10 - Hoe rijg ik de naalden in?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 110]

De Rechternaald

 

 

 

 

 

 

 

 

  1. Haal de draad van achteren naar voren door de draadgeleider (1)
  2. Rijg de bovenste draadgeleider in door de draad omlaag te trekken tot hij onder de draadgeleider (2) glijdt.
  3. Houd de draad tussen je vingers en trek hem goed tussen de spanningsschijven (3)
  4. Rijg verder in en volg punten (4) (5) (6) tot (7)
  5. Zorg ervoor dat de draad door de bovenste draadgleuf van de draadgeleider (6) gaat.
  6. Rijg de draad door het oog van de rechternaald (8) met behulp van het bijgeleverde pincet.
  7. Trek ongeveer 10 cm draad door het grijperoog en leg hem naar achteren onder het voetje door.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Linkernaald

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  1. Haal de draad van achteren naar voren door de draadgeleider (1).
  2. Rijg de bovenste draadgeleider in door de draad omlaag te trekken tot hij onder de draadgeleider (2) glijdt.
  3. Houd de draad tussen je vingers en trek hem goed tussen de spanningsschijven (3).
  4. Rijg verder in en volg punten (4) tot (6).
  5. Controleer of de draad door de onderste draadgleuf van de draadgeleider (5) gaat.
  6. Rijg de draad door het oog van de linkernaald (7) met behulp van het bijgeleverde pincet.
  7. Trek ongeveer 10 cm draad door het grijperoog en leg hem naar achteren onder het voetje door

OVERLOCK: 11 - Hoe verwissel ik draden op een overlockmachine?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 116]

Je hoeft niet de hele inrijgprocedure te volgen wanneer je de draden van een overlockmachine wilt wisselen. Met de vastknoopmethode lukt het redelijk snel.
  1. Knip de draad kort bij de klos af.
  2. Zet een nieuwe klos op de garenpen.
  3. Bind de nieuwe draad vast aan de oude.
  4. Knip de draadeinden af tot op 2 of 3 cm. Wanneer je ze korter knipt, loop je de kans dat ze loskomen.
  5. Trek de knoop stevig aan en controleer of hij niet loskomt.
  6. Draai de spanningsknop omlaag tot de schijf stopt.
  7. Trek de draden een voor een door de machine.
  8. Wanneer de draden niet vlot door de machine glijden, kan het zijn dat ze verward zijn in de draadgeleiders of dat er een lus onder de spoelstandaard zit.
  9. Breng de knoop tot voor de naald.
  10. Knip de draad af en rijg hem de het oog van de naald.
  11. Zet de draadspanningsknop weer in zijn oorspronkelijke positie.

OVERLOCK: 12 - Hoe stel ik de steeklengte in bij een overlockmachine?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 117]

 

De afstelknop voor steeklengte staat meestal op 3 mm. Stel hem in op 4 mm voor zware stof en en op 2 mm voor lichte stof en. Zo krijg je perfecte naden zonder rimpels.

 

OVERLOCK: 13 - Hoe stel ik de steekbreedte in bij een overlockmachine?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 117]

Je kunt de steekbreedte instellen door de naaldpositie te wijzigen of met behulp van de afstelknop voor de steekbreedte.
 
Door de naaldpositie te wijzigen:

 

 

 

 

 

 

 

 

  • als alleen de linkernaald gebruikt wordt (5,7 mm);
  • als alleen de rechternaald gebruikt wordt (3,5 mm).
Met de afstelknop kun je de steekbreedte nog instellen binnen het aangegeven bereik:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • als alleen de linkernaald gebruikt wordt: 5,2 tot 6,7 mm;
  • als alleen de rechternaald gebruikt wordt: 3,0 tot 4,5 mm.

OVERLOCK: 14 - Waarvoor dient het transport differentieel op een overlockmachine?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 118]

Het transportdifferentieel dient om stof te rekken of te plooien door de hoeveelheid stof tussen de voorste en de achterste transporteur ten opzichte van elkaar te veranderen. Dat is vooral mooi bij de afwerking van rekbare en schuin afgeknipte stoffen.

OVERLOCK: 15 - Mijn draad breekt tijdens het overlocken. Wat kan ik doen?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 118]
  1. Controleer of de machine juist is ingeregen en of de draad niet verstrikt of in de knoop zit.
  2. Steek de naald goed in de machine. Zet eventueel een nieuwe naald in, want de huidige kan bot of krom zijn.
  3. Gebruik garen van goede kwaliteit.
  4. Verminder de draadspanning.

OVERLOCK: 16 - De stof wordt niet goed getransporteerd op mijn overlockmachine. Wat kan ik doen?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 118]
 
  1. Vergroot de steeklengte.
  2. Verhoog de persvoetdruk bij zware stoffen en verminder de persvoetdruk bij lichte stoffen.

OVERLOCK: 17 - Er worden steken overgeslagen op mijn overlockmachine. Wat kan ik doen?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 118]
 
  1. De huidige naald is mogelijk bot of krom.
  2. Zet een nieuwe naald in. Steek de naald juist in en draai daarbij de naaldschroef goed aan. Verwissel eventueel het type of de afmeting van de naald.
  3. Controleer ook of de machine correct ingeregen is.
  4. Verhoog de persvoetdruk.
  5. Gebruik alleen garen van goede kwaliteit.

OVERLOCK: 18 - De stof plooit tijdens het overlocken. Wat kan ik doen?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 118]
 
  1. Verminder de draadspanning.
  2. Controleer of het garen niet verstrikt of in de knoop zit.
  3. Gebruik garen van een goede kwaliteit.
  4. Verklein de steeklengte.
  5. Verminder de persvoetdruk bij lichte stoffen.

OVERLOCK: 19 - De naald van mijn overlockmachine breekt tijdens het overlocken. Wat kan ik doen?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 119]
 
  1. Controleer of de naald er goed in steekt en de naaldschroef stevig is aangedraaid.
  2. Trek niet aan de stof tijdens het naaien.
  3. Gebruik een dikkere naald bij zware stoffen.

OVERLOCK: 21 - Welke draad en naald gebruik ik het best voor een bepaalde soort stof?

[Bron: Boek “Vraag het aan Singer” – p. 119]

 

Onderstaande tabel geeft je een overzicht van welke naalden en draad je gebruikt voor welk type stof.